In een oogwenk…

Je leven kan in een oogwenk veranderen. Raar woord eigenlijk, ‘oogwenk’. Volgens het woordenboek is een oogwenk een kort ogenblik of moment, toch voelt het eeuwigdurend.

Ongeveer drieënhalve maand geleden veranderde mijn leven in een ‘oogwenk’. Toen ik naar huis fietste ben ik geschept door een auto die mij niet gezien had. ‘Zwaargewond’ ben ik afgevoerd naar het ziekenhuis.  Wat er dan door je heen gaat is moeilijk te beschrijven, de stomste gedachten schieten door je heen..

Zoals:

‘Waarom heeft die vrouw een huistelefoon in haar handen?’

‘Ik moet mijn vriend bellen. Hij moet hierheen komen.’

‘Ik wil iemand die ik ken om me heen, maar mijn ouders wonen zo ver weg. Mijn schoonouders!’

‘Ik heb het koud’

De pijn komt later

Pijn doet het allemaal nog niet echt, dat schijnt door de shock te komen. Pas net voor de ambulance er is begint alles pijn te doen. En dan zijn daar de ambulancebroeders, die me uitleggen wat ze gaan doen. Daar hoort bij dat ze mijn jas, sjaal en shirt open gaan knippen. Ik zeg nog, er zit een rits in mijn jas, kun je hem niet openritsen? Maar dat gaat niet, want mijn armen moeten er ook uit. Drie keer knippen en daar lag ik in mijn beha op straat. Best koud in februari, maar het enige wat ik denk is: ‘Wat ben ik blij dat ik zo goed gesport heb! Heb ik in ieder geval geen grote blubberbuik nu iedereen me halfnaakt ziet.’

Ik heb het zo koud

Daar op de straat in de kou weet ik alleen van de grote wond in mijn hand, waarvan ik al kan zien dat die gehecht moet worden. Ik denk: ‘Ik haat hechten.’ Hoe erg de verwondingen in mijn gezicht zijn weet ik niet, en hoe erg het met de rest van mijn lichaam gesteld is kan ik ook niet goed inschatten. Pas als ze me de ambulance in rijden zie ik in de weerspiegeling van het glazen plafond dat mijn gezicht aardig toegetakeld is. Alles zit onder het bloed en dat is erg schrikken. Alsof ik nog niet genoeg bloed kwijt ben moet er ook bloed geprikt worden om te testen. Wederom wordt gevraagd of ik nog ergens pijn heb. ‘Mijn hand en mijn gezicht,’ zeg ik, mijn been alweer helemaal vergeten. ‘Ik heb het zo koud.’ mompel ik, waarop de ambulancebroeder zegt dat ze daar nu wat aan doen. Als we gaan rijden valt me op dat een ambulance net zo goed wiebelt en schudt wanneer deze over drempels gaat. Nooit gedacht.

Aangekomen bij het ziekenhuis krijg ik éindelijk pijnstilling, via mijn net gezette infuus. Fijn, al die prikken. Daarna wordt ik naar een kamer gereden, niet dat ik daar veel van meekrijg. Dankzij mijn nekkraag heb ik plafonddienst. Daar in die kamer verschijnen ineens één voor één bekende gezichten rond mijn bed, mijn vriend, mijn ouders, mijn schoonmoeder en zelfs mijn broertje en zijn vriendin zijn er. Op dat moment komt de emotie, besef ik dat ik aangereden ben. En dan niet op de Brabantse manier.

Een jonge vrouw met gezichtsletsel

Een komen en gaan van verpleegsters die dingen om mijn vingers klemmen, me testjes laten doen en dan ineens staat er een dokter in de kamer. Een plastisch chirurg die toevallig nog aanwezig is en hoorde van een jonge vrouw die binnen was gebracht met gezichtsletsel. Oh, dat ben ik dus. De verpleegsters willen me eigenlijk al de kamer uit rijden voor mijn hoofd, nek en borstscans maar de plastisch chirurg dringt erop aan eerst te hechten. Iedereen die geen medisch personeel is wordt weggestuurd en een felle lamp en grote loep worden opgesteld boven de rechterkant van mijn gezicht. De rest zal ik je besparen, ik kan het omschrijven met de volgende zinnen: ‘Twee woorden, negen letters. DUURT LANG!’

Weer een verschrikking verder is het tijd voor de scans, oorbellen en ketting moeten nog even verwijderd worden en dan lig ik alleen in een buis. Opnieuw wordt het even te zwaar. Alleen, in een véél te kleine buis, die allerlei geluiden maakt huil ik. Hard.

Wat duurt het lang

Als de scans gemaakt zijn mag ik weer terug naar ‘mijn’ kamer. Inmiddels doet mijn achterhoofd zo veel pijn dat ik die hele nekkraag graag door de kamer wil smijten. Ik weet niet hoeveel later komt er eindelijk iemand vertellen dat ze een ‘abnormaliteit’ hebben gezien en me nog wat willen testen voor de kraag af mag. Ik word op mijn zij gerold en iemand begint op mijn rug te drukken. Allemaal niet zo spannend en de kraag mag af, eindelijk! Maar dan moet ik mijn kin naar mijn borst brengen, iets wat absoluut onmogelijk lijkt. Mijn nek voelt alsof hij nooit meer kan bewegen. Uiteindelijk komt er wat beweging in, en mag ik als ik een beetje rechtop zit wat water drinken.

Ik word even alleen gelaten met mijn familie, even wordt steeds langer. Wanneer komen ze nou terug om mijn hand te hechten? Ik kijk er steeds meer tegenop want het hechten van mijn gezicht was ook al geen pretje. Eindelijk komt er iemand om te hechten, en als dat klaar is mag ik gaan. Ho, wacht, moet ik nu gaan staan? En lópen? En jongens, ik ben naakt onder deze deken hoor! Gelukkig kan ik wat kleding lenen van mijn schoonzusje en word ik ondersteund bij het lopen. Hop, de auto in en naar huis, waar ik voor het eerst in de spiegel kan kijken… Had ik dat maar niet gedaan.

To be continued..

 

Lees meer:

 

3 gedachten over “In een oogwenk…

  1. Pingback: Bloemen, bloemen en kikkers |
  2. Pingback: Wie mooi wilt zijn, moet lang wachten… |

Ik zou het leuk vinden als je een reactie achterlaat!

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.